Wat doe jij met de oogst?

Als je dit najaar nog eetbare planten wil aanplanten, heb je misschien al een lijstje met soorten. Maar weet je ook wat je straks met die oogst wil doen?

Ik maakte ooit liters siroop, schappen vol confituur en gelei, chutney en een grote pot in alcohol ingemaakte vruchten.

Om te zien hoe het bleef staan.

Geen zin in zoet.

Bij het kiezen van eetbare planten kijk ik daarom ook naar wat we met de oogst doen. Kunnen we het vers eten? Kunnen we het onbewerkt bewaren? Kunnen we het verwerken zonder of met zo weinig mogelijk suiker?

Ik heb soorten staan waardoor we jaarrond onbewerkt fruit kunnen eten, van de eerste aardbeien eind april tot onze perfect te bewaren appels. Daar wil ik bij het kiezen van planten voor onze tuinen rekening mee houden.

In mijn vorige bericht lees je meer over mijn boek en de plannen voor Soeurs Sauvages.

Voor jouw tuin zijn dat ook bruikbare vragen. Wanneer kan je oogsten? Hoeveel kan je vers eten? En wat doe je met de rest? Een plant die past bij wat jij graag eet en bij de tijd die je hebt om ermee aan de slag te gaan, krijgt ook werkelijk een plaats in jouw keuken.

Akkerkool

Ook tussen de planten die vanzelf verschijnen, vind je soms iets voor op jouw bord.

Deze week maakten we een wandeling met Mia. Het deed deugd om even buiten te komen en uit te waaien. Nu het kouder wordt, zit ik automatisch meer binnen, achter mijn scherm te werken.

Onderweg kwamen we akkerkool tegen. De grond in het bos was ermee bedekt. De blaadjes staan nu lekker fris. Malse, jonge zaailingen met een zachte koolsmaak.

Van akkerkool, Lapsana communis, kan je de jonge bladeren rauw aan een salade toevoegen of gekookt gebruiken, bijvoorbeeld in soep of zoals spinazie. Het jonge blad vóór de bloei is daarvoor het meest geschikt. De smaak kan ook wat bitter of radijsachtig zijn.

Ga op onderzoek uit en eens je zeker weet dat het akkerkool is, kan je een paar jonge blaadjes proeven. Zo ontdek je of je ze lekker vindt.

Akkerkool zaait zich ook uit in tuinen. Misschien groeit ze bij jou al ergens. Als je haar herkent en graag gebruikt, kan je haar op een paar plekken laten staan. Zo vul je jouw voeding aan met fris groen dat vanzelf opkomt.

De lange zaadstengels zijn ook mooi in droogboeketten.

Stekken op het juiste moment

Staat planten vermeerderen ook nog op jouw najaarslijstje? Vorige week heb ik nog salie, rozemarijn en munt gestekt. Ik wilde ook nog tijm, santolina en lavendel stekken, maar daarmee heb ik net iets te lang gewacht.

Ondertussen is het hier nat en fris geworden. Met die drie wacht ik nu tot een beter moment.

Wanneer je ermee aan de slag gaat, kies je gezonde scheuten zonder bloemen. Haal de onderste blaadjes weg en zet de stekken in een luchtig mengsel dat water goed doorlaat. Houd het licht vochtig en zet de potjes beschut en licht, uit de felle zon.

Ook rabarber, mierikswortel, aardbeien en vrouwenmantel staan op mijn lijst om te vermeerderen. In november kijk ik die lijst opnieuw na. Dan zoek ik per soort uit welke manier en welk moment het best passen.

Deze week heb ik ook de bestelling van vaste planten voor de bloementuin afgerond. De levering is voorzien voor november.

Eetbare bloemen tussen de vaste planten

Wil je iets eetbaars toevoegen aan jouw bloemenborder, dan zijn eetbare bloemen een mogelijkheid. In mijn plantschema staat bijvoorbeeld Phlox paniculata ‘Bright Eyes’. Van Phlox paniculata zijn de bloemen eetbaar. Je kan ze bijvoorbeeld aan een salade toevoegen.

Die combinatie zoek ik ook voor onze bloementuin. De zeven plukbedden bij Le Nid worden kleine gemengde borders waaruit ik bloemen kan plukken, met ook eetbare soorten ertussen. Elk bed is ongeveer één bij vier meter. De soorten komen op meerdere plekken terug, in losse verbanden en kleine groepjes die in elkaar grijpen.

Er ligt een plantschema klaar met vaste planten en bloembollen. De bedden zijn klaar om aan te planten. Alleen de dahlia’s mogen voorlopig blijven staan, tot het vriest. Deze week heb ik ook bloembollen geplant.

Bij het uitzetten kijk ik naar hoe groot de planten uiteindelijk worden. Zo’n klein potje neemt weinig plaats in, maar de plant moet nog groeien. Als jij planten toevoegt aan een bestaande border, helpt de verwachte breedte om te bepalen hoeveel ruimte je ertussen laat.

Voor de voortuin van Le Nid ligt er ook al een grondplannetje klaar. Daar wil ik de bomen, plantvakken en het gras zoveel mogelijk laten zoals ze nu zijn.

Er staan twee kerspruimen, een pruim, seringen, een perzik, leiperen en druiven tegen de muur, en een klein perenboompje. Ook een grote rozemarijn en enkele oude rozen ‘Queen Elizabeth’.

Al heel wat moois dus.

In de plantvakken legde ik een paar jaar geleden karton en stro. Deze zomer stonden er tomaten, goudsbloem en borago. Daar kan ik nu op verder werken.

Als jij jouw bestaande tuin wil aanvullen, kan je ook eerst kijken welke bomen, struiken en kruiden er al staan en waar er nog ruimte is. Bij Le Nid hebben we frisse grond, met zon en halfschaduw. Het weiland bij La Forge ligt op een zuidhelling en is droger. Dat neem ik mee in de plantenkeuze voor beide plekken.

Het beplantingsplan voor de voortuin wil ik eerst verder uitwerken. Daarna kan ik met de aanplant beginnen.

Ook de moestuinbedden gaan bedekt de winter in. Een maand geleden heb ik er het gemaaide gras en hooi op gelegd. Nu laat ik de bladeren er vanzelf op vallen. Er is hier nog maar weinig blad gevallen. Later vul ik eventueel aan waar dat nodig is.

We gebruiken daarvoor zoveel mogelijk wat er op onze plek al aanwezig is, wat we zelf hebben. Zo werken we aan een gesloten kringloop.

Een primerlaag op de ramen

We hebben ook nog een primerlaag gezet op de ramen van de veranda van La Forge.

We deden het ook wat rustiger aan. Soms wordt het te zwaar, lichamelijk en mentaal. Bij al dat renoveren moeten we kennis en vaardigheden leren toepassen die we nog nooit gebruikten.

À chaque saison son rythme.

Volgende
Volgende

Hoe het verder gaat met Soeurs Sauvages